Banka 1861 - 1942 Amersfoort
De kunstschilder J.E. Akkeringa werd geboren op het Indische eiland Banka. Hij was leerling van de Kunstacademies in Rotterdam en Den Haag en wordt gerekend tot de tweede generatie Haagse School.
Het werk van Akkeringa kan kenmerkt zich door zijn losse natuurlijke stijl en vakkundige compositie. Vaak schilderde de kunstenaar moeders en kinderen op het strand, in de duinen of in de tuin, maar ook maakte hij bijvoorbeeld nettenboetsters in de duinen bij Scheveningen, bloemstillevens en boerenerven. Doordat zijn werk kleurrijker en lichter van palet is dan dat van zijn voorgangers is hij, zeker de laatste jaren een gezocht schilder. Veilingopbrengsten van 60.000 – 80.000 Euro zijn geen uitzondering.
Het werk van Akkeringa hangt bij Hollandse collecties in o.a. het Museum Kröller-Muller in Otterloo, het Haags Gemeente Museum en het Museum van Boymans van Beuningen.
(bron: P.A. Scheen, Bénézit)
Den Haag 1850 - 1936
Het natuurtalent L.F.H. Apol, specialist in winterlandschappen, kreeg op last van zijn vader al vroeg privéles. Hij ontving een studiebeurs van koning Willem III om zijn talent verder te ontwikkelen. Vanaf 1869 nam hij als 19-jarige jongen deel aan tentoonstellingen voor levende meesters in Den Haag en Amsterdam en spoedig daarna ook in het buitenland.
Met regelmaat werden zijn winterlandschappen bekroond; zijn eerste gouden medaille behaalde hij in 1872. Koningin Wilhelmina en haar moeder Emma kochten gelijktijdig werk van hem.
In de rest van Europa en ook in Amerika zou hij veel succes met zijn werk hebben. Louis Apol behoort tot de belangrijkste meesters van de Haagse School en is vooral bekend geworden met zijn winterlandschappen en besneeuwde bosgezichten. De menselijke figuur spelen daarin een heel ondergeschikte, soms zelfs geen enkele, rol. Alle aandacht gaat naar de natuur. De mooiste landschappen vond de schilder vooral in en rond Den Haag en rond Arnhem. In 1880 reisde Louis Apol mee met een expeditietocht naar Spitsbergen op de poolschoener Willem Barents.
Tijdens deze reis maakte hij veel tekeningen en aquarellen. Daarna werktij hij gedurende 6 jaar in de Veluwezoom (Roozendaal). Op latere leeftijd keerde hij weer terug naar de Veluwe. Hij overleed op 87-jarige leeftijd in 1937.
Rotterdam 1885 - 1967 Baarn
Tot de vele kunstschilders die Baarn als woonplaats kozen behoorde destijds ook de kunstschilder Daniel Been. Hij werd geboren in Rotterdam in 1885. Als kind tekende hij altijd al graag en hij had maar een wens: kunstschilder worden! Zijn vader zag dat niet zo zitten en vond een kantoorbaan geschikter voor hem. Na deze korte periode van kantoorwerk werd hij leerling van de Academie voor beeldende kunst te Rotterdam.
Als echte Rotterdammer schilderde hij naturlijk veel havengezichten. Ook maakte hij bloemstukken en portretten, maar zijn kracht lag in het landschap. Hij schilderde was in naturalistische trant,
een stijl die onder het kunstlievende publiek in trek zal blijven. De liefhebbers noemen zijn stukken "beentjes". Op 12 januari 1921 trad Daniel Been in het huwelijk met Margaretha Bouman.
Daniel was toen 35 jaar en Margaretha 36 jaar. Het huwelijk bleef kinderloos. Vermoedelijk hebben zij tot 1932 in Rotterdam gewoond. In laatstgenoemd jaar verhuisde het paar naar Overschie.
In middels had Daniël’s werk de aandacht getrokken van de destijds gerenommeerde kusthandel van de gebr. Koch in Rotterdam en 's-Gravenhage die jaren achtereen zijn schilderstukken met veel succes verkochten. Dit stelde hem in de gelegenheid studiereizen te maken naar Spanje en Frankrijk en Italië. Frankrijk inspireerde hem wellicht het meest. Daar heeft hij veel landschappen geschilderd langs de kust van de middellandse zee.
Op 18 september 1941 verhuist het gezin vanwege de oorlog naar Baarn waar hij 1967 overlijdt.
Leeuwarden 1894 - 1994 Gorssel
Jeanne Bieruma Oosting werd op 5 februari 1898 in Leeuwarden geboren, als telg van een aristrocratisch Fries geslacht. Al op jonge leeftijd gaf zij blijk van een buitengewoon talent voor tekenen en schilderen.
Zij wordt gerekend tot de vernieuwers van de Nederlandse grafische kunst van de twintigste eeuw. Zij was een van de eerste Nederlandse kunstenaars die zelf met de lithotechniek experimenteerde. Van doorslaggevende betekenis voor haar ontwikkeling en status als vernieuwer is een langdurig verblijf in Parijs (1929–1940).
Als beeldend kunstenares bleef zij haar leven lang, zowel in haar schilderijen en aquarellen als in haar grafisch werk, trouw aan de figuratie, evenals aan haar thematiek, die voornamelijk bestaat uit stillevens en interieurs, landschappen en stadsgezichten en – vooral in haar grafiek – de planten- en dieren wereld. Deze figuratie, die aanvankelijk de bestemming van haar kunstzinnige activiteit was, ontwikkelde zich gaandeweg tot een attribuut in dienst van een opmerkelijke verbeeldingskracht.
Jeanne Oosting is vanaf het ontstaan in 1975 betrokken geweest bij het Museum Henriette Polak. De schilderes en grafica is ruim vertegenwoordigd in de collectie van het museum. Het museum heeft van Oosting een aantal representatieve olieverfschilderijen en veel werken op papier en rekent dit werk tot de kerncollectie.
Fier, vastberaden, gedreven en haastig, op het ongeduldige af, een karakter waar men niet aan voorbij kon, zo komt Jeanne Oosting uit interviews, monografieën en andere publicaties over haar persoon en werk naar voren. Zij bleef werken tot zij negentig was. Als lid van Arti bezocht zij nog tot op hoge leeftijd de ledenvergaderingen. Na een val in Amsterdam vertrok zij naar Almen, waar zij in 1994 overleed.
Den Haag 1845 - 1914
Blommers is een van de jongste kunstenaars uit de eerste generatie Haagse Scholers, waartoe o.a. Jozef Israels, H.W. Mesdag en J.H. Weissenbruch behoren. Hij legt zich aan het begin van zijn carriere vooral toe op lithografie. Die techniek heeft hij met de paplepel binnen gekregen: zijn vader is steendrukker. Daarna volgt hij zijn hart en gaat naar de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Anton Mauve en Willem Maris behoren tot zijn vriendenkring. In 1871 trouwt hij met zijn model, Anna van der Toorn, een Scheveningse visverkoopster. Met haar zakelijk instinct zorgt zij voor de verkoop van het werk van haar man. In het begin van zijn carrière legt Blommers zich toe op het schilderen van de zonnige kant van het leven, later werkt hij met een meer impressionistische toets in de grijze tinten van de Haagse School. Uiteindelijk wordt zijn kleurenpalet vrolijker: zacht blauw en lila overheersen. Het echtpaar Blommers woont in de zomers in Katwijk. Ze boeken ook internationaal succes: het werk gaat naar kopers in Engeland, Canada, Amerika en Schotland.
(bron: Dordrechts Museum)
Den Haag 1817 - 1891
Johannes Bosboom werd in 1817 geboren in Den Haag en ging in de leer bij de stads-gezichtenschilder Bartholomeus van Hove. Hij maakt met het Romantisch wonderkind W.J.J. Nuyen studiereizen naar Duitsland, België en Noord Frankrijk waar zij Eugene Isaby ontmoetten. Ondanks deze Romanische beginfase wordt Bosboom wel tot een van de grondleggers van de Haagse School gerekend en aldus in tentoonstellingscatalogi ingdeeld. Al spoedig koos hij het kerkinterieur als zijn specialiteit, daartoe aangemoedigd door de lof van zijn tijdgenoten. Zijn aquarellen en schilderijen tonen verstilde kerkinterieurs, bevolkt door figuren in de 17e eeuwse kledij en zijn duidelijk geinspireerd op het werk van de 17de-eeuwse meester Emmanuel Witte. Bosboom laat zijn macht over de materie zien door zijn fantastische perspectiefbehanding van de gewelven. Vervalsers hebben juist op dit punt vaak hun taden stuk gebeten. Als Haagse Scholer probeerde hij de indrukken weer te geven die het gebouw op hem maakte. Alle belangrijke musea bezitten werk van zijn hand.
Amsterdam 1864 - 1921 Velsen
Breitenstein zou aanvankelijk medicus worden, maar ging zich wijden aan de schilderkunst. Van 1884-1893 kreeg hij les bij de Rijksacademie te Amsterdam.
Breitenstein schilderde en tekende marines, havengezichten en landschappen. Ook heeft hij veel geaquarelleerd en gelithografeerd.
(bron: P. A. Scheen)
Rotterdam 1857 - 1923 Amsterdam
Breitner studeerde in Rotterdam tekenen onder leiding van C. Neurdenburg om daarna in Den Haag leerling te worden aan de Haagse Tekenakademie van 1875-1882. Hierna vertrok Breitner naar Parijs waar hij in 1884 les kreeg van F. Cormon. In 1886 vertrok hij naar Amsterdam om daar lessen te volgen aan de Rijksakademie.
Breitner was een schilder van 'het leven van de straat', maakte ook veel 'naakten' en was 'vriend van de huzaren' door zijn cavalerie- en artillerievoorstellingen. Hij was vooral een groot impressionist in zijn aquarellen.
(bron: P. A. Scheen)
Rotterdam 1866 - 1956 Den Haag
Browne behoort tot de minder bekende Haagse impressionisten. Tijdens zijn lessen op de Academie in Den Haag kwam hij onder invloed van het heersende impressionisme.
Robert Ives Browne schilderde landschappen, figuurstukken, naakten en stadsgezichten.
Den Haag 1945
Rob van Dam woont en werkt als beeldhouwer in Den Haag. Hij studeerde aan de Haagse Academie waar hij zich had toegelegd op portretkunst. Later werkte hij met monumentale en abstracten elementen uit de beeldhouwkunst.
Gouda 1897 - 1974 Den Haag
Hendricus Nicolaas (Henk) Dekker werd in 1897 in Gouda geboren. Hij woonde en werkte later in Den Haag. Hier overleed hij ook in 1974. Henk Dekker vormde zich voornamelijk zelf. Wel kreeg hij aanwijzingen van H.J. van der Weele en schilderde, tekende en aquarelleerde in naturalistische trant, havengezichten, marines en strand- en duingezichten, langs de Nederlandse kunst en langs de Middellandse zee bij Marokko, Bretagne, Belgie, Engeland en Zweden.
Hij was lid van de Nederlandse Kunstkring en gaf les aan Cor van Heusden te Rotterdam.
Henk Dekker heeft in het begin, zijn carrière als kunstschilder, gekoppeld aan een dienstverband bij het Gemeentelijk Energiebedrijf. Hij exposeerde veelvuldig bij Pulchri in Den Haag en bij diverse gelegenheden in collectief verband met de Nederlandse Kunstkring waarvan hij lid was en geruime tijd een bestuursfunctie als penningmeester heeft bekleed.
Zijn belangstelling voor zeeschilderwerken kreeg intensieve vorm door zijn vele reizen met coasters en loodsboten. Tijdens deze zeereizen legde hij de basis voor veel van zijn werken. Werken van Henk Dekker zijn te vinden in alle delen van de wereld. Vooral in België geniet hij grote bekendheid; hij heeft dan ook vaak op uitnodiging geëxposeerd in Brussel, Antwerpen, Gent, Luik en St. Niklaas. Zijn werk ondervond ook grote belangstelling in de US.
Op oudere leeftijd was Henk Dekker nog vaak te vinden op de plaatsen waar de grillen der natuur zich op hun best tonen: op de boulevards en pieren langs de Noordzee, w.o. Scheveningen en Hoek van Holland, de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden. Graag tekende hij langs langs wateroevers nog de schaarse, pittoreske stadshaventjes.
Brussel 1827 - 1888 Den Haag
Woonde en werkte in Den Haag en was een leerling van A. Schelfhout en B. J. van Hove. Hij heeft waarschijnlijk reizen gemaakt naar Duitsland. Destree schilderde landschappen, soms panoramische vergezichten en stranden.
(bron: P. A. Scheen)
1896 - 1978
Het tekentalent van Johan Dijkstra (Groningen 1896 – 1978 Groningen) bleek al op jeugdige leeftijd: op zijn ULO-eindexamenlijst prijkte een negen voor handtekenen tussen allemaal zessen voor de overige vakken. Om zijn tekenvaardigheid verder te ontwikkelen volgde hij vanaf 1915 op de woensdag- en zaterdagmiddagen een voorbereidende cursus tekenen op de Academie Minerva. Het advies van niemand minder dan Otto Eerelman (1839 – 1926) om met zijn gave toch zeker de dagopleiding te gaan doen, maakte op de jonge Dijkstra zeer veel indruk. Met financiële hulp van deze vermaarde kunstenaar werd Dijkstra in staat gesteld een jaar later inderdaad het officiële Minerva-lesprogramma te volgen. Hij sloot deze af met een middelbare onderwijsbevoegdheid voor tekenen.
In 1919 werd hij toegelaten tot de Amsterdamse Rijksacademie van Beeldende Kunsten om zich het schilderen naar levend model verder eigen te maken. Behoefte aan licht en ruimte van het Groninger land deden hem in 1920 plotseling besluiten de hoofdstad te verlaten. Twee jaar daarvoor was hij één van de initiatiefnemers geweest van de oprichting van De Groninger Kunstkring De Ploeg. Zestig jaar lang (tot aan zijn overlijden) zou hij lid blijven.
Johan Dijkstra was een man met vele gaven. Zo bleek zijn schrijftalent uit talrijke geschriften, publicaties en recensies. Zijn aanleg voor grafisch werk kwam onder andere tot uiting in boekillustraties, reclamedrukwerk en schoolplaten. Zijn gevoel voor monumentale kunst resulteerde in diverse opdrachten voor gebrandschilderde ramen (van o.a. de aula van de Rijksuniversiteit Groningen), maar ook voor wandschilderingen (bijv. in het stadhuis van Groningen).
Leiden 1878 - 1969 Oegstgeest
van Driesten woonde en werkte in zijn leven op verschillende plaatsen, waaronder Zuid-Limburg en Amerika. Toch schilderde hij voornamelijk het Zuid-Hollandse landschap. Vanaf 1914 verbleef hij in Leiden.
In de eerste helft van de vorige eeuw werkte er in en rondom Leiden een groep die aangeduid wordt als de Leidse Impressionisten, ook wel de Leidse school genoemd. Arend Jan van Driesten was hier de nestor van.
Groningen 1839 - 1926
Eerelman was een leerling van de Akademie 'Minerva' te Groningen en later van de Amtwerpse Akademie (1864-1865). Hij studeerde in 1867 in Parijs en maakte vna 1874 tot 1876 een studiereis naar Brussel om zich verder in het figuurschilderen te ontwikkelen. In 1878 vestigde Eerleman zich in Den Haag, om in 1899 weer naar Groningen terug te keren waar hij als leraar verbonden werd aan de Akademie 'Minerva'.
Eerelman schilderde genrestukken en dieren (paarden en honden). Verder etste en lithografeerde hij.
(bron: P. A. Scheen)
Rotterdam 1888 - 1967
Eshuys was een Rotterdamse schilder en beeldhouwer, hij woonde en werkte hier vrijwel zijn gehele leven en genoot hier zijn opleiding aan de Rotterdamse Academie.
Zijn oeuvre bestaat voornamelijk uit dieren en naakten, maar hij maakte ook monumentale wandschilderingen.
Tokio 1886 - 1968 Zürich
Nog geen beschrijving beschikbaar.
Amsterdam 1828 - 1903 Scheveningen
Paul Gabriël werd geboren in Amsterdam. Zijn vader was beeldhouwer en overleed toen hij 5 jaar oud was. De jonge Paul hielp zijn moeder met het schilderen van portretten, om de kost te verdienen voor het grote gezin. Vanaf 1840 volgde Gabriël de avondklas aan de Amsterdamse academie en werkte hij korte periodes bij verschillende leermeesters, zoals de landschapschilder B.C. Koekkoek. Van 1853 tot 1856 verbleef hij in het dorpje Oosterbeek, bij Arnhem. Met bevriende kunstenaars als Anton Mauve en Gerard Bilders werkte hij daar naar de natuur. Na een korte verblijf in Amsterdam woonde hij van 1860 tot 1884 in Brussel en daarna tot aan zijn dood in Scheveningen.
(bron: Rijksmuseum, Amsterdam)
Woerden 1881 - 1941 Hilversum
Gestel woonde en werkte in Woerden tot 1900, hierna was hij werkzaam in Amsterdam. Tot 1922 werkte Gestel in Bergen (NH). Na 1922 vertrok hij naar Duitsland, Frankrijk, Mallorca en Wenen om daarma terug te keren naar Nederland. Leo Gestel was eerst een leerling van zijn vader W. Gestel, later nam hij les aan de Rijkasnormaalschool in Amsterdam.
Leo Gestel schilderde, aquarelleerde, tekende, etste en lithografeerde landschappen, menselijke figuren, stillevens en bloemen.
(bron: P. A. Scheen)
Ambt-Almelo 1866 - 1933 Amsterdam
Gorter woonde en werkte vooral in Amsterdam. Hij was eerst leerling aan de Rijksnormaalschool, waarna hij leerling werd bij de Rijksakademie. Hij kreeg onder andere les van P. J. H. Cuypers. De waardering voor het werk van Gorter ontstond in 1910.
Gorter was een belangrijke landschapschilder, die inspiratie haalde uit Twente, de Achterhoek, Drenthe en de Vechtstreek.
(bron: P. A. Scheen)
Den Haag 1936
de Haan woont en werkt in Den Haag. Hij was een leerling van de Akademie voor Beeldende kunsten in Den Haag. Hij schildert en tekent in de stijlen Pop-art, nieuw realisme en assemblages.
(bron: P. A. Scheen)
Rotterdam 1832 - 1895 New York
de Haas was een leerling van de Akademie voor beeldende kunsten in Rotterdam en van Louis Meijer. Hij was voornamelijk zeeschilder en werd in 1857 benoemd tot schilder der Nederlandse marine. In 1859 vertrok hij naar New York. In 1880 keerde hij terug naar Nederland, maar in 1882 vertrok hij weer naar New York.
de Haas schilderde niet alleen, hij etste en lithografeerde ook. Hij heeft samengewerkt met zijn broer Willem P. de Haas.
(bron: P. A. Scheen)
Delft 1889 - 1965
Herwijnen woonde en werkte in Amsterdam, daarna in Arnhem tot 1924 en daarna in Heemstede tot 1927. HIj maakte reizen naar Frankrijk, Spanje en Italie. Sinds 1945 woonde hij in Bergen.
Hij vormde zich door oude meesters te kopieren en schilderde en tekende stillevens van bloemen, landschappen, stadsgezichten en figuren.
(bron: P. A. Scheen)
Falkenberg 1833 - onbekend
Nog geen beschrijving beschikbaar.
19e eeuw
Nog geen beschrijving beschikbaar.
Amsterdam 1856 - 1934 Den Haag
Isaac Israels was de zoon van Jozef Israels. Woonde en werkte eerst in Amsterdam, van 1871-1884 in Den Haag. Daarna werkte hij in Charleroi, Amsterdam, Parijs en Londen, Zwitserland, Nederlands Indie en Italie. Vanaf 1920 woonde hij in Den Haag.
Isaal Israels was leerling aan de Acadmie voor Beeldende Kunsten in Den Haag en van de Rijksacadmie in Amsterdam. Hij schilderde, aquarelleerde, tekende en etste figuren, stadsgezichten, parken met mensen, militairen, ruiters. Hij wordt gezien als een belangrijk impressionistisch schilder.
(bron: P. A. Scheen)
Nijmegen 1855 - 1908 Zeist
Jansen was gehuwd met schilderes S. J. W. Grothe en woonde en werkte in Arnhem tot 1871, Amsterdam tot 1876, Arnhem tot 1883, Doesburg tot 1889, Amstelveen tot 1891, Amsterdam tot 1903 en Zeist vanaf 1907. Hij maakte reizen naar Hamburg en Venetie. Jansen was leerling aan de Rijksacademie te Amsterdamvan 1871-1876.
Jansen schilderde, tekende en etste landschappen, riviergezichten met schepen en stadshoekjes.
Groningen 1780 - 1867 Delfshaven
Nog geen beschrijving beschikbaar.
Makkum 1812 - 1896 Amsterdam
Oene Romkes de Jongh werkte in Amsterdam tot 1884 en in Nieuwer-Amstel tot 1896. Hij schilderde stadsgezichten, waaronder Amsterdam, meestal tijdens de winter. Daarnaast schilderde hij een enkel landschap.
Als voorbeeld diende A. Eversen en C. Springer.
Delft 1881 - 1968 La Frette (F)
de Kat genoot zijn opleiding aan de academie in Den Haag en bekwaamde zich in de beeldhouwkunst aan de academie in Gent. Hij volgde ook schilderlessen aan de acdemie in Brussel. Anne Pierre de Kat debuteerde met impressionistische landschappen met heldere kleuren. Hij werd een voorvechter van het fauvisme na de Eerste Wereldoorlog.
De Kat schilderde landschappen, marines, stillevens, figuren, naakten en portretten. Tussen 1905 en 1913 maakte De Kat ook beelden. Na 1920 veranderde zijn stijl in een meer classicistische stijl. In 1945 vestigde hij zich blijvend in Frankrijk.
Amsterdam 1883 - 1951
Kiesewetter woonde en werkte in Amsterdam. Daarna vertrok hij naar Laren waar hij tot 1918 werkte. Hij was een leerling van de beeldhouwer Spirando Mey, Rueter en de Tekenschool voor Kunstambachten te Amsterdam.
Kiesewetter schilderde, aquarelleerde, tekende en etste landschappen, huizen en straatjes.
(bron: P. A. Scheen)
s-Hertogenbosch 1819 - na 1897
Knip woonde en werkte in Den Bosch, Amsterdam tot 1856, Schaarbeek na 1856, Belgie tot 1860, Schaarbeek tot 1861, Belgie tot 1869, Schaarbeek 1869, Laaken 1869, Belgie tot 1870, Schaarbeek in 1879. Hij was een leerling van zijn vader en maakte studiereizen naar Italie en Zwitserland.
Knip schilderde boomrijke, heuvelachtige, berg- en sneeuwlandschappen.
(bron: P. A. Scheen)
Tilburg 1777 - 1847 Berlicum
Nog geen beschrijving beschikbaar.
Zoetermeer 1865 - 1946 Den Haag
Koppenol woonde en werkte in Den Haag, Leiden, Delft van ca. 1890 tot 1891, Rijswijk tot 1895, Den Haag tot 1910, Nunspeet tot 1913 en vanaf 1913 weer in Den Haag. Hij was een leerling van de Academie voor Beeldende kunst in Den Haag.
Koppenol schilderde, aquarelleerde, tekende, etste en lithografeerde enkele portretten, stillevens, strandgezichten met figuren, koeien- en schapenmarkten, landschappen, boereninterieurs en oude gebouwen in Den Haag. Ook illustreerde hij veel boeken en schilderde hij veel in- en exterieurs met ganzen.
(bron: P. A. Scheen)
Den Haag 1892 - 1979 Delft
Kropff woonde en werkte in Den Haag en Delft. Hij was leerling van de Academie voor beeldende kunst in Den Haag.
Hij schilderde, tekende, aquarelleerde, etste, en lithografeerde stillevens, figuren, portretten en landschappen. Kropff maakte eerst werk in naturalistisch-impressionistische stijl, later in non-figuratieve stijl.
(bron: P. A. Scheen)
Haarlem 1816 - 1882 Brussel
In 1835 werkte Kruseman in Hilversum, van 1836 tot 1858 in Haarlem en daarna vestigde hij zich in de omgeving van Brussel. Hij was onder andere leerling van B. C. Koekkoek.
Kruseman schilderde voornamelijk landschappen en wintergezichten (waarbij figuren te zien zijn die schaatsen). Ook schilderde hij enkele stillevens.
(bron: P. A. Scheen)
Boxtel 1898 - 1977 Chartres
Antoon Kruysen woonde en werkte in Geneve, Parijs, Oirschot, Heeze en Chartres. Hij was llerling aan de Academie voor beeldende kunsten te Rotterdam, studeerde in Geneve (1920-1922) en daarna in Parijs.
Kruysen schilderde allerlei onderwerpen, vooral veel landschappen.
(bron: P. A. Scheen)
Rotterdam 1914 - 1998 Amsterdam
Kurpershoek woonde en werkte tot 1937 in Amsterdam, Laren tot 1938, Blaricum tto 1940, Laren tot 1947, Amsterdam na 1947 en Loenen aan de Vecht. Vanaf 1953 weer in Amsterdam. Hij was leerling aan de Rijksacademie waar hij een avondcursus volgde.
Kurpershoek begon als reclametekenaar en was later kunstschilder. Hij schilderde en tekende diverse onderwerpen en verkreeg in 1939 de eerste prijs uit het Willink Collegefonds. Kurpershoek is bekend door zijn ontwerpen van postzegels.
(bron: P. A. Scheen)
Utrecht 1883 - 1952 Schoorl
Kuijten woonde en werkte onder meer in Antwerpen 1904-1905, Utrecht 1909, Amsterdam, reisde naar Belgie, Frankrijk, Duitsland, Wenen. Na 1914 was hij veel in Amsterdam, Zandvoort en Groet. Ook maakte hij reizen naar Engeland, Zweden en Noorwegen. Kuijten was een leerling aan de Academie voor beeldende kunsten in Antwerpen.
Kuijten schilderde, tekende en lithografeerde vooral figuren, landschappen, stadsgezichten, strand- en zeegezichten en stillevens. Ook bedreven in het maken van houtsnedes.
(bron: P. A. Scheen)
Brussel 1818 - 1907 Mainz
De kunstschilder Charles Leickert was leerling van onder meer B.J. van Hove en van W.J.J. Nuijen en vanaf 1839 ging hij ook in de leer bij Andreas Schelfhout. Vooral deze laatste had veel invloed op zijn werk. Hij schilderde prachtige Hollandse ijsgezichten, zomerse landschappen en riviergezichten, waarin hij allerlei motieven verwerkte uit zijn schetsboeken. Na 1859 schilderde hij daarnaast ook strandtaferelen en stadsgezichten. De aantrekkelijkheid van zijn schilderijen wordt onder andere bepaald door de prachtige lichtval en sterk verhalende details. Tevens etste en lithografeerde hij. Vanaf 1848 was Leickert lid van Arti en Amicitiae te Amsterdam. In 1856 werd hij benoemd tot lid van de Koninklijke Academie te Amsterdam.
Werk van hem hangt o.a. in het Rijksmuseum in Amsterdam, het Haags Gemeentemuseum en het Museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam.
(bron: P.. Scheen, Lexicon)
Schaerbeek 1865 - 1916 Ukkel
Geroge Lemmen groeide op in een milieu waarin de schone kunsten een belangrijke rol speelde. Zijn vader was architect en George Lemmen begon aan een studie aan de tekenschool van Sint Joost-ten-Noode, maar maakte deze niet af.
Vanaf 1885 begin Lemmen te schilderen. Niet veel later vonden zijn eerste tentoonstellingen plaats in Gent en Brussel. In 1888 sloot hij zich aan bij de kunstenaarsgroep Les Vingt. In deze periode kwam Lemmen in aanraking met de kleurentheorie van George Seurat en begon hij zelf ook te schilderen in de pointillistische stijl. Tot ongeveer 1895 bleef hij in deze stijl werken. Na 1895 ontwikkelde Lemmen zich tot een belangrijk figuur in de Belgische Art Nouveau. Hij ontwierp in deze stijl affiches, letters en boekillustraties.
(bron: Cultuurarchief)
Nederweert 1906 - 1982 Eindhoven
Maas woonde en werkte in Nederweert, Venlo, Roermond, Doetinchem en Nijmegen, vanaf 1931 in Eindhoven.
Harry Maas schilderde, tekende en aquarelleerde in expressionistische stijl en later meer impressionistische of naturalistische trant stillevens, bloemen, landschappen en later hoofdzakelijk figuren.
(bron: P. A. Scheen)
Den Haag 1844 - 1910
Nog geen beschrijving beschikbaar.
Groningen 1897 - 1979
Nog geen beschrijving beschikbaar.
Wageningen 1891 - 1964 Speuld
Harmen Meurs kreeg les van de politieke tekenaar Louis Raemaekers en volgde ook een avondcursus aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam, waar hij ook bleef wonen. Hij werd een succesvol kunstenaar die ook in het buitenland exposeerde.
Meurs schilderde stillevens, landschappen, boerentaferelen en figuren. Zijn stijl was aanvankelijk postimpressionistisch maar later werd hij geinspireerd door de Bergense School en het Fauvisme. Vanaf midden jaren twintig werd zijn werk realistischer.
Bergen NH 1914 - 1987
Jaap Min was een expressionistische schilder. Op aanmoediging van de schilder Wiegman begon hij in 1938 de opleiding voor monumentale kunst aan de Rijksacademie te Amsterdam. In 1939 maakte hij een studiereis naar Padua en Verona waar hij werk leerde kennen van Campigli en Giotto, deze bleven voor de rest van zijn leven van grote invloed op zijn eigen werk. Hierna verbleef hij in Limburg, maar door heimwee keerde hij in 1961 terug naar Bergen.
Min maakte door zijn religieuze achtergrond veel werken voor kerken zoals kruiswegstaties en glas-in-lood-ramen. Hij stierf op 73-jarige leeftijd in Bergen.
1875 -1929
Geboren te Düsseldorf. Woonde tot 1897 in zijn geboortestad en daarna onder meer te Den Haag en Katwijk, alwaar hij voornamelijk strand- en zeegezichten met vissersschepen schilderde. Prefereerde olieverf boven aquarel. Zijn vroege werk sloot goed aan bij de schilders van de Haagse School. Later werd zijn penseelstreek dunner en werden zijn schilderijen kleuriger.
(bron: http://www.polak-gallery.nl/kunstenaars/morgenstjerne-munthe)
Hoogebeintum 1877 - 1955 Amersfoort
Jakob Nieweg is opgeleid als predikant, maar verruilde in 1914 de kansel definitief voor penseel en palet. Hij tekende en schilderde landschappen, portretten, stadsgezichten en vooral stillevens.
De religieuze Nieweg bewonderde de schepping, had respect voor elke vorm van leven en schilderde alles met een sterk ontwikkeld oog voor detail. Zijn oog voor detail heeft hij niet in de laatste plaats te danken aan de kunstpedagoog H.P. Bremmer. Deze leerde Nieweg ´zien´, wat wilde zeggen: de werkelijkheid en dan vooral de niet waarneembare, spirituele dimensie ervan, door middel van intensieve observatie van de natuur te doorgronden en te verbeelden. Niewegs stillevens kunnen worden opgevat als moderne varianten van zogenaamde vanitas schilderijen. De eeuwige cyclus van leven en dood, van bloei en vergankelijkheid, is het steeds terugkerend thema in zijn werk. In veel stillevens gaan symbolen van het leven (bloeiende bloemen) samen met symbolen van de dood (schedels, dode dieren).
(bron: www.nga.nu/kunstenaar.asp?artistnr=8300)
Dordrecht 1881 - 1955 Bloemendaal
Dirk Nijland werd in 1881 geboren als zoon van de kunstverzamelaar Hidde Nijland en groeide op in Dordrecht, een stad die vrijwel aan alle kanten omringd is door water. Nijland schilderde dan ook graag water, of liever nog, het vlakke Hollandse landschap met z'n uitzichten over sloten en rivieren, riviermondingen en schorren. Hoewel zijn artistieke ambities thuis werden aangemoedigd en hij de opleidingen mocht volgen die hij wilde, ontwikkelde hij zich als tekenaar en schilder toch grotendeels zelfstandig. Afgezien van een aantal ruig gepointilleerde schilderijen van kort na 1900 overheerst bij hem van meet af aan een realistische stijl voor zijn landschappen en stillevens. Daarbij koos hij soms nadrukkelijk voor het moderne landschap zoals spoorwegemplacementen- en overgangen, industriecomplexen en havenkanten, een thematiek die hij zijn leven lang trouw bleef.
(bron: http://www.simonis-buunk.nl/verkocht/details/Dirk_Hidde_Nijland_915.aspx)
Den Haag 1782 - 1861 Parijs
Leerling van zijn vader, de beroemde schilder Jan van Os 1744 -1808. Reisde in 1812 naar Parijs, alwaar hij zich vanaf 1826 tot aan zijn dood vestigde. Hij werkte aldaar voor de porseleinfabriek Sèvres. Met tussenpozen was hij in Nederland. Schilderde en aquarelleerde voornamelijk bloem- en fruitstillevens. Was lid van de Koninklijke Academie te Amsterdam. Gaf les aan de stillevenschilders A.J. Brandt, D.J.H. Joosten en Hendrik Reekers.
(bron: http://www.polak-gallery.nl/kunstenaars/os)
Gouda 1902 - 1975 Amsterdam
Ouwersloot woonde en werkte in Gouda en vanaf 1923 in Amsterdam. Hij was een autodidact.
Jan Ouwersloot schilderde, aquarelleerde, tekende, etste en lithografeerde landschappen, stads- en avondgezichten, havens, straat- en luchtverkeer.
(bron: P. A. Scheen)
Delft 1872 - 1962 Braine-l'Alleud
Paerels woonde en werkte eerst in Delft, daarna in Brussel tot 1912. Na Brussel werkte hij in Den Haag tot 1919, Ukkel tot 1939 om zich daarna in Eigenbrakel te vestigen. Hij verwierf de Belgische nationaliteit.
Willem Paerels schilderde, aquarelleerde, tekende en etste diverse onderwerpen in expressionistische stijl waaronder stillevens, landschappen, watergezichten en interieurs.
(bron: P. A. Scheen)
Amsterdam 1827 - 1889
Woonde en werkte in Amsterdam. Riegen was een autodidact.
Schilderde zeegezichten en enkele riviergezichten.
(bron: P. A. Scheen)
Haarlem 1876 - 1961 Amsterdam
Woonde en werkte voornamelijk in Haarlem en in 1937 vestigde zij zich in Haarlem. Ook maakte zij reizen naar het buitenland waaronder Parijs, Brussel en Londen. Ritsema was leerlinge aan de Kunstnijverheidsschool in Haarlem van 1891-1893 en de Rijksacademie te Amsterdam 1893 tot 1897.
Coba Ritsema schilderde en tekende figuren, interieurs, portretten, stillevens en bloemen. In de pers werd zij geroemd om haar buitengewone gave haar talent tot uitdrukking te brengen en werd dan ook vele malen in haar leven onderscheiden.
(bron: P. A. Scheen)
Den Haag 1795 - 1860
Schilderde meestal landschappen met vee en figuren, etste en lithografeerde tevens. Van de Sande Bakhuyzen maakte reizen naar Belgie en Duitsland.
(bron: P. A. Scheen)
Den Haag 1787 - 1870
Nog geen beschrijving beschikbaar.
Zutphen 1876 - 1942 Auschwitz
De kunstschilder Samuel ('Mommie') Schwarz werd op 28 juli 1876 in Zutphen geboren als zoon van een welgesteld koopman. Het tiende kind was hij in een gezin van elf kinderen. Op de Akademie van Antwerpen kreeg Mommie tussen 1895 en 1897 zijn artistieke opleiding. In de zomer van 1897 trok hij naar New York, waar hij gedurende twee jaar bij zijn oudere broer Julius verbleef. Onzeker waar zich definitief te vestigen, pendelde hij vervolgens enige tijd tussen de oude en de nieuwe wereld heen en weer. Vanaf 1903 woonde hij enkele jaren in Madrid, waar hij als tekenaar en aquarellist werkzaam was. Met zijn reclameontwerpen had hij hier veel succes.
In 1905 verhuisde Mommie Schwarz naar Berlijn, vermoedelijk aangetrokken door de kunstwereld van het Duitse Expressionisme. In deze omgeving leerde hij de Nederlandse kunstschilderes Else Berg kennen, met wie hij zich in 1911 in Nederland zou vestigen. Daar traden ze toe tot de hoofdstedelijke kunstenaarswereld, waarin ze een actieve rol zouden spelen. Samen met Leo Gestel en diens vrouw maakten zij in 1914 een reis naar Mallorca. In deze periode werd Schwarz' werk sterk beïnvloed door de kleurige, decoratieve en aan het kubisme verwante stijl van Gestel. Kort voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog keerden Mommie Schwarz en Else Berg terug naar Amsterdam.
In de zomer van 1915 namen ze hun intrek in een boerderij in Schoorl, van waaruit ze veel in het kunstenaarsdorp Bergen kwamen. Onder invloed van de 'Bergense School' werd Mommie's palet donkerder. Schwarz en Berg werden ook lid van de in 1915 opgerichte 'Hollandse Kunstenaarskring' en namen deel aan de jaarlijkse tentoonstellingen van deze kring. Schwarz verrichtte ook secretariaatswerk voor de deze kunstenaarskring. In die administratieve functie hielp hij vaak schilders die moeilijk aan de slag kwamen. In 1920 trouwden Mommie en Else. In de jaren daarop woonde het echtpaar op diverse plaatsen in de Pijp in Amsterdam, alvorens zich in 1927 definitief aan het Sarphatipark 42 te vestigen. Met het jodendom had Mommie alle banden verbroken. In een interview met Joseph Gompers in De Vrijdagavond in 1932 verweet hij zijn joodse landgenoten niet voldoende geïnteresseerd te zijn in de beeldende kunst en te weinig te investeren in joodse kunstenaars.
Samen met zijn vrouw maakt Mommie Schwarz in de jaren twintig en dertig reizen naar Italië, Frankrijk en Joegoslavië. Uit deze periode dateren landschappen, portretten en stillevens in sombere tinten. Tegelijkertijd legde Schwarz zich toe op het ontwerpen van boekbanden en affiches onder andere voor de Hollandse Kunstenaarskring, Arti et Amicitiae en het kunsttijdschrift "Wendingen". In 1931 werd zijn werk bij Kunsthandel Vecht in Amsterdam geëxposeerd. Het was een van zijn weinige tentoonstellingen van zijn werk.
In de oorlogsjaren had Mommie Schwarz vanaf 1941, net als andere joodse kunstenaars, niet langer de mogelijkheid om te exposeren. In 1942 kocht alleen de Van Leerstichting nog werk van hem aan. Ondanks het advies van velen doken Mommie Schwarz en zijn vrouw niet onder en weigerden ze de jodenster te dragen. Op 12 november van 1942 werden beiden opgepakt en op 16 november via Westerbork op transport gesteld. Direct na aankomst in Auschwitz zijn zij op 19 november 1942 om het leven gebracht.
De artistieke nalatenschap van Mommie Schwarz bevindt zich in verschillende particuliere en openbare collecties, waaronder het Joods Historisch Museum te Amsterdam, het Museum Kranenburgh te Bergen en Museum de Wieger te Deurne.
(bron: Joods Historisch Museum)
Middelburg 1817 - 1888
Nog geen beschrijving beschikbaar.
s-Hertogenbosch 1876 - 1953 Meerhout (B)
Frans Slager woonde en werkte in Den Bosch, Antwerpen tot 1905, Vught en maakte reizen door Frankrijk, duitsland en Italie. Vanaf 1920 verbleef hij in Meerhout. Slager was in eerste instantie een leerling van zijn vader P. M. Slager, later van de Koninklijke School in Den Bosch. Hij was gehuwd met schilderes M. P. A. van Gilse.
Frans Slager schilderde, tekende en etste veel landschappen (waaronder Brabantse), stadsgezichten, en figuren. Ook was hij illustrator en schrijver.
(bron: P. A. Scheen)
s-Hertogenbosch 1881 - 1957 Amsterdam
Sluijters woonde en werkte in Den Bosch tot ca. 1898, Amsterdam tot 1904, maakte daarna een reis naar Rome, Venetie, Madrid en Parijs tot 1907, Amsterdam 1908, Laren tot 1910, om daarna weer in Amsterdam te werken. Hij was een leerling aan de Koninklijke School in Den Bosch, de Rijksnormaalschool in Amsterdam en de Rijksacademie te Amsterdam. In 1904 kreeg hij de Prix de Rome.
Sluijters schilderde, tekende en etste figuurstukken, portretten, landschappen, bloemen, stillevens en stads- en dorpsgezichten. Schilderde aanvankelijk symbolisch, maar later meer realistisch-naturalistisch.
Oostmalle 1921 - 1997 Berchem
Als intiemist is Paul Smolders gepassioneerd door het tekenen en schilderen van kinderen, ballerina's, jonge vrouwen en hier en daar een landschap. Ook het moederschap, het circus en terrasjes zijn thema's die steeds weerkeren.
Hij houdt van een dromerige, poëtische vormweergave, zonder daarom in een sfeer van anekdotes te vervallen. Zijn wereld typeert hij in ontelbare rake schetsen. Hij observeert en schetst: hij is een buitengewoon knappe tekenaar. Tekenen is voor hem essentieel en betekent bij uitstek de spontane verwerking van zijn denken.
Paul Smolders is standvastig in zijn stijl, sober en synthetisch. Hij ziet zichzelf niet als een vernieuwer, maar eerder als een liefdevolle observator. Zijn werk is een kunst van pure menselijke tederheid.
Individuele en groepstentoonstellingen in binnen- en buitenland: Antwerpen, Brugge, Brussel, Knokke, Lokeren, Oostmalle, Den Haag, Rotterdam en New York.
Eisenacht 1817 - 1901 Weimar
Nog geen beschrijving beschikbaar.
Batavia 1872 - 1947 Breteuil-sur-Iton
Jan Zoetelief Tromp woonde en werkte in Den Haag tot 1893, Daarna in Amsterdam tot 1895, Den Haag tot 1899, Blaricum tot 1919, Katwijk aan Zee tot 1928 en vertrok daarna naar Frankrijk. Hij was een leerling aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag en later aan de Rijksacademie te Amsterdam.
Zoetelief Tromp schilderde, tekende, etste en lithografeerde strandgezichten met spelende visserskinderen, figuren, interieurs en exterieurs en landschappen. Hij werkte in de trant van de Haagse School en had een eigen lichtkrachtig koloriet.
Zoeterwoude 1897 - 1986 Arnhem
De in Zoeterwoude geboren Valk verhuisde in 1926 naar Arnhem, waar hij van 1926 tot 1962 docent was aan de Arnhemse Kunstacademie (de huidige hogeschool voor de kunsten ArtEZ) en de Academie voor Bouwkunst. Een hele generatie Arnhemse kunstenaars heeft les van hem gehad.
De tentoonstelling, met als titel Hendrik Valk: idealist, realist, stilist laat een keuze zien uit het werk van Valk, verdeeld over drie periodes uit zijn leven. De eerste jaren tot 1926 tonen het werk van de jonge, idealistische Valk, die in verschillende richtingen experimenteerde. Hij werd onder andere beïnvloed door kunstenaars van De Stijl, al zou hijzelf nooit abstract schilderen. Toen Valk in 1926 naar Arnhem vertrok, veranderde zijn situatie. Hij kreeg een vaste baan en een gezin. Zijn stijl werd overwegend realistisch, mede onder invloed van de algemene ontwikkeling van de kunst in die jaren en het werk van een Arnhemse kunstenaar als Dick Ket. Na de Tweede Wereldoorlog – waarin veel van zijn oude werk door oorlogsschade verloren ging – keerde Valk terug naar zijn stilerende stijl van de jaren twintig. Hij ontwikkelde een zeer eigen, vlak-stilerende stijl, waarin hij de zichtbare werkelijkheid tot heel herkenbare, kernachtige beelden reduceerde.
Hilversum 1887 - 1962 Blaricum
Nicolaas van Rijn woonde en werkte in Laren en Blaricum. Hij was een leerling aan de academie van Beeldende Kunsten in Den Haag van 1911-1913. Van Rijn schilderde en tekende portretten, interieurs, landschappen en stillevens. Ook maakte houtsneden.
(bron: P. A. Scheen)
Haarlem 1941
Kees Verkade woonde ne werkte in Heemstede en sinds 1965 in Zandvoort. Hij was leerling aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag.
Verkade is een beeldhouwer. De werken zijn kleinplastieken, mensen, kinderen, sport, e.d.
(bron: P. A. Scheen)
Dordrecht 1763 - 1814 Amsterdam
Andries Vermeulen was een leerling van zijn vader Cornelis Vermeulen. Hij schilderde bij voorkeur ijsvermaken met een menigte figuren gestoffeerd, maar ook zomerlandschappen met figuren. Ook vervaardigde hij tekeningen naar Albert Cuyp.
Den Haag 1819 - 1893
Vertin werkte in Den Haag en was schilder van stadsgezichten, meestal met lichteffect. Daarnaast etste en lithografeerde hij.
(bron: P. A. Scheen)
Hilversum 1917 - 1997 Utrecht
De Utrechtse beeldhouwer Pieter d'Hondt gebruikte zevenenvijftig jaar lang (van 1940 tot 1997) bolwerk Manenburg als zijn atelier. Talloze beelden van zijn hand sieren de stad Utrecht en vele andere steden in het land.
Het oeuvre van Pieter d'Hondt is niet alleen buitengewoon omvangrijk, het getuigt ook van grote veelzijdigheid: in de keuze van onderwerpen en materialen, in de technische uitvoering en in de verbeelding.
Vele bekende Nederlanders (waaronder prins Willem-Alexander, John Kraaykamp, kardinaal Alfrink, Henk van Ulsen, Peter Schat, Jaap van Praag, Lien Vos en Henk Vonhoff) hebben in atelier Manenburg geposeerd. Tevens is het atelier bezocht door koningin Beatrix en door Simon Carmiggelt.
Op 12 juni 1997 overleed Pieter d'Hondt op 80-jarige leeftijd. Meer informatie is te vinden in het boek: Beeldhouwer Pieter d'Hondt. Leven en werk 1917- 1997 door Jan Teeuwisse, Taco Slagter en Mirjam Beerman.
(bron: Het Spectrum, 1997)
Amsterdam 1828 - 1906 Oosterbeek
Maria Vos woonde en werkte in Oosterbeek, en was een leerlinge van P. Kiers. Vos schilderde stillevens en genrestukken. Ook etste en tekende voornamelijk landschappen.
(bron: P. A. Scheen)
Zwolle 1886 - 1971 Bergen NH
Wiegman woonde en werkte in Amsterdam, Schoorl, Bergen en Frankrijk. Vanaf 1930 bleef hij in Bergen. Hij was leerling aan de Ambachtsschool te Alkmaar en later aan de Rijksacademie te Amsterdam. Wiegman is een van de belangrijkste leden van de Bergense School.
Wiegman schilderde, aquarelleerde en tekende landschappen en figuren. Ook maakte hij uitstekende wandschilderingen in kloosters en kerken. Was ook bedreven in mozaiek en glas-in-lood-ramen.
(bron: P. A. Scheen)
Rotterdam 1900 - 1974 Den Haag
Willem Hussum woonde en werkte in Rotterdam, Rhoon, Wassenaar, Villeneuve-les-Avignons, Les Angles en Bougival tot 1936, hierna in Den Haag. Hussum was een leerling van de Akademie voor beeldende kunsten in Rotterdam en van D. H. Nijland.
Hussum was een belangrijke Haagse schilder. Hij schilderde en tekende in non-figuratieve stijl. In 1953 en 1955 won hij de Jacob Marisprijs voor de schilderkunst, in 1958 won hij deze prijs voor de tekenkunst.
(bron: P. A. Scheen)
Groningen 1914 - 2007 Den Haag
Jan Roede woonde en werkte onder meer in Leidschendam en vanaf 1938 in Den Haag. Signeerde met J. Roede. Hij was een leerling van de Academie voor Beelden Kunsten en van de Vrije Academie te Den Haag. Jan Roede was kunstschilder en tekenaar.
(bron: P. A. Scheen)
Huizen 1901 - 1979
Henk Bos was al vroeg geinteresseerd in de schilderkunst, vanaf zijn twaalfde jaar tekende hij portretten naar foto's. Nadat hij het stukadoorsvak leert, zet hij zijn interesse in schilderkunst om naar zijn beroep. Ondertussen leest hij veel over kunst en bezoekt hij musea. Henk Bos is een autodidact.
Henk Bos schilderde stillevens.
(bron: classic art gallery)
Quiévy 1882 - 1960 Parijs
Auguste Herbin werd op 29 april 1882 te Quiévy (Noord-Frankrijk) geboren en verhuisde een jaar later naar het in de buurt liggende 'Le Cateau-Cambrésis'. Zijn ouders, Auguste Herbin en Florine Carrin, werkten daar veertien uur per dag in de textielfabriek Michau. Auguste zorgde voor zijn kleinere zus en broer. Op twaalfjarige leeftijd ging Auguste werken bij een deurwaarder. Na een avondopleiding voor technisch tekenaar ging Herbin dankzij een beurs van de gemeente Le Cateau-Cambrésis in 1899 studeren aan l'Ecole des Beaux-Arts te Lille. In juli 1901 stopte hij met de opleiding en verhuisde hij naar Rue du Regard in de Parijse wijk Montparnasse, waar hij zich allereerst aansloot bij de impressionisten en later bij de fauves. In 1902 verkocht Herbin enkele schilderijen aan le Père Soulier, die een schilderij door verkocht aan de kunsthandelaar Wilhelm Uhde. Dankzij een geldelijke bijdrage van zijn oom Jules Carrin kon Herbin zich helemaal toeleggen op het schilderen.
In 1910 had Herbin zijn eerste solotentoonstelling in Parijs bij Galerie Charles-Vildrac (Een andere bron geeft in december 1910 een tentoonstelling van zeven kunstenaars, waaronder Marie Laurencin) . Ook exposeerde Herbin op de Section d'Or tentoonstelling van 1912 en in de galerie van Clovis Sagot. Buiten Parijs nam Herbin o.a. deel aan de tentoonstelling van de Sonderbund in Keulen, de Sezession en Der Sturm in Berlijn. In 1913 hingen op de Armory Show enkele werken van Herbin. De zomer van 1913 bracht Herbin samen met Picasso, Gris en Henri Matisse door in Céret, een plaats in de Pyreneeën. Hij schilderde daar een twintigtal landschappen. In de lente van 1914 exposeerde Herbin achtenvijftig schilderijen uit de periode 1907-1913 bij Galerie Moderne waarvan Clovis Sagot de eigenaar was.
Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 werd Herbin in oktober opgeroepen. Hij schilderde o.a. camouflages voor het Franse leger en leerde Léonce Rosenberg kennen. In 1916 sloot Herbin met Rosenberg een driejarig contract. Ondanks het wurgcontract bleef Herbin tot 1922 afhankelijk van Rosenberg. De heropening van de Galerie l'Effort Moderne van Rosenberg vond met een tentoonstelling van Herbin op 1 maart 1918 plaats. Tussen 1919 en 1921 breidde Rosenberg zijn verzameling werken van Herbin aanzienlijk uit door het aankopen van tweeënnegentig schilderijen en achtenzestig aquarellen en tekeningen uit de periode 1905-1914. Van 5 t/m 29 november 1919 exposeerde Herbin opnieuw bij Rosenberg. Vanaf 1919 schilderde hij in een geometrische abstracte stijl, die van 1922 tot 1925 onderbroken werd door een meer figuratieve stijl. In 1921 exposeerde Herbin voor de derde keer bij Rosenberg, n.l. van 5 t/m 31 maart 1921.
Herbin was medeoprichter van de 'Salon des Surindépendants' (november-december 1929), de groep Abstraction-Création (februari 1931) en de 'Salon des Réalités Nouvelles' (1947). In 1936 richtte Herbin een school voor abstracte kunst op. Samen met Georges Valmier en Jean Metzinger maakte Herbin muurschilderingen in de bioscoopzaal van het spoorwegenpaviljoen op de wereldtentoonstelling in Parijs in 1937. Herbin schilderde de rechte muur, Valmier de linker en Metzinger het plafond.
In 1949 publiceerde hij zijn ideeën in 'L'art non-figuratif non-objectif'. Zelfs een eenzijdige verlamming na een beroerte in 1953 bracht hem niet van het schilderen af. Hij leerde met zijn linkerhand schilderen. In 1958 schonk Herbin zesentwintig werken en op 25 mei 1959 een bedrag van 5 miljoen francs aan Le Cateau Cambrésis, de plaats waar Herbin was opgegroeid, om een museum te bouwen. Het werd het latere Musée Matisse, daar Matisse ook in Le Cateau Cambrésis was geboren. Herbin stierf bijna een jaar na de dood van zijn vrouw (april 1959) op 31 januari 1960 te Parijs. De schilderes Geneviève Claisse werkte van april 1959 tot Herbins dood als zijn assistente in zijn atelier. In 1982 werd in het Musée Matisse, gevestigd in Palais Fénelon te In 1922 trouwde Herbin met Louise Bailleux (1879-1959), die hij in 1910 in Cateau had ontmoet en vanaf 1911 met hem samenleefde in Le Bateau-Lavoir. Op aandringen van Rosenberg ging Herbin zich ook bezig houden met muurschilderingen, reliefs in hout, het ontwerpen van briefpapier en meubelen. Hij was zeer actief naast het schilderen. Vanaf 1919 tot 1926 schilderde Herbin in heldere kleuren, die de sporen van het kubisme en purisme droegen. De financiële problemen van Rosenberg werden gedeeltelijk opgelost door veilingen bij Mak in Amsterdam in 1925 en 1927 van schilderijen van Herbin. Drieëntwintig werken van Herbin kwamen zo in de collectie van Kröller-Müller terecht. De veilingen brachten Herbin zoveel op dat hij in 1927 een atelier te Parijs aan de Boulevard Masséna op nummer 26 en een woning op nummer 10 kon betrekken. Het huis was ontworpen door Le Corbusier.
Vanaf 1925 ging Herbin experimenteren met meer abstract werk en na 1927 kwam hij tot veel kleurige composities en uiteindelijk tot schilderijen met cirkels en driehoeken.
Zijn abstracte periode werd door Geneviève Claisse ingedeeld in:
1919-1921: Abstaction première époch. L'art monumental.
1927-1942: Abstraction deuxième époch. Le langage des courbes.
1943-1960: Troisième période abstracte. Naissance de l'Abstraction géométrique - L'alphabet plastique. In het nevenstaand ontwerp zijn duidelijk de geometrische vormen te zien.
Le Cateau-Cambrésis een aparte zaal gewijd aan Herbin geopend.
Na zijn overlijden was er in 1962 een solotentoonstelling bij de kunsthandel G.J. Nieuwenhuizen Segaar. In 1963 werd in het Stedelijk Museum te Amsterdam de tentoonstelling Herbin 1882-1960 met ruim honderdveertig werken gehouden.
Amsterdam 1856 - 1932 Laren NH
Pieters woonde en werkte in Amsterdam tot 1874, Den Haag tot 1876, Amsterdam tot 1879, Antwerpen tot na 1880. Later werkte hij ook in Belgie, Volendam, Haarlem, Katwijk, Blaricum en Laren.
Tot zijn negentiende was hij in de leer bij een huisschilder, daarna ging hij in Antwerpen aan de slag als decoratieschilder. Hij kreeg les aan de Academie voor Beeldende Kunsten.
Pieters schilderde, tekende en etste aanvankelijk landschappen, maar kreeg grote bekendheid door zijn Larense interieurs en stranden met schelpenvissers. Ook schilderde hij zonsondergangen, naakten en portretten.
(bron: P. A. Scheen)
Sint-Jans-Molenbeek 1877 - 1952 Leiden
Christophe van der Windt woonde en werkte vanaf 1882 in Leiden. Hij was leerling aan de Ambachtsschool (huisschilder) en kreeg later les in ornamenttekenen. Verder vormde hij zichzelf. Aanvankelijk was hij werkzaam als huisschilder en decoratieschilder, later werd hij geheel kunstschilder in de trant van de Haagse School.
Van der Windt schilderde, aquarelleerde, tekende en etste landschappen, boerenbehuizingen en enkele stillevens (bloemen).
(bron: P. A. Scheen)
Rotterdam 1891 - 1957 Amsterdam
Louis Zaalborn woonde en werkte in Amsterdam en tevens ook in Dusseldorf en Londen. Hij was een leerling van Piet Mondriaan, later leerling aan de Rijksacademie van Amsterdam.
Van beroep was Zaalborn toneelspeler, regisseur, leider van toneelgezelschappen en kunstschilder. Hij schilderde, tekende en etste figuren, portretten, landschappen, stadsgezichten en bloemen. Ook maakte hij litho's.
Amsterdam 1855 - Amsterdam 1925
Wijsmuller was leerling aan de Rijksacademie, de Haagse Academie en de Brusselse acdemie voor Beeldende Kunsten. Hij werd 'Jan de Goeierd' genoemd en kreeg vele onderscheidingen op diverse tentoonstellingen. Wordt gerekend tot de nabloei van de Haagse School.
Wijsmuller schilderde landschappen en stadsgezichten en aquarelleerde en etste ook.
Den Haag 1862 - 1931
Willem de Zwart, broer van P. H. A. de Zwart, woonde en werkte in Den Haag tot 1894, daarna in Soest, Hilversum, Laren, Amsterdam en Veur. Vanaf 1917 was hij weer in Den Haag. Hij was een leerling van de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag van 1876 tot 1880.
Willem de Zwart schilderde, aquarelleerde, tekende en etste stadgezichten, veemarkten, regendagen in een stad, landschappen, figuren, portretten en stillevens. Hij werkte in een naturalistisch-impressionistische trant en werd ook wel de Haagse Breitner genoemd. Hij ontving veel onderscheidingen voor zijn werk op diverse binnen- en buitenlandse tentoonstellingen.
(bron: P. A. Scheen)
Amsterdam 1885 - 1964 Zeist
Dirk Filarski, een gerenommeerd vertegenwoordiger van de Bergense school, was een veelzijdige kunstenaar en van de oude stempel, want Filarski schilderde, aquarelleerde, tekende, etste, lithografeerde en vervaardigde hout- en linoleumsneden. Hij nam actief deel aan meer dan driehonderd exposities en oogstte zowel bijtende kritiek als wierookwolken van waardering. Het laatste kwam onder meer tot uitdrukking in onderscheidingen, medailles en eretentoonstellingen. Zijn werk stond in de belangstelling van musea en particuliere verzamelaars in binnen- en buitenland. En eigenlijk is er nog niets veranderd, want als er een Filarski op de markt komt, is de belangstelling onverminderd groot. Lakkie werd hij genoemd door familie, vrienden en bekenden. Of nog kernachtiger Lak, omdat hij naar veler oordeel overal lak aan had. Lak was een geuzennaam die hij met trots droeg. Dirk, zijn eigenlijke voornaam dus, was bij bijna niemand bekend. Dat werd mede in de hand gewerkt omdat Filarski altijd signeerde met D.H.W. Filarski of Filarski.
Innerlijke noodzaak
Filarski had geen rustige natuur, verbondenheid met één plek en steeds dezelfde mensen was voor hem een kwelling. Hij voelde een innerlijke noodzaak tot voortdurende verandering van omgeving. Filarski reisde continu tussen Nederland, met Bergen als uitvalsbasis, Zwitserland, Italië, Duitsland en Frankrijk. In Zwitserland werden de bergen in brede lijnen en kleurbanen op het doek gezet. Landschappen en bloemstillevens waren favoriete onderwerpen. In Bergen schilderde hij donkere krachtige, expressionistische bosgezichten. Hoewel bekend als schilder van de Bergense School, is zijn vroege werk licht en kleurrijk en na de Bergense periode keren stevige kleuren terug in zijn schilderijen. In zijn expressie was hij een eigentijds schilder die tegelijkertijd de Nederlandse traditie van Van Gogh en Toorop trouw bleef.
Groningen 1824 - 1911 Den Haag
Jozef Israels was leerling van de Akademie 'Minerva' te Groningen. Hier leerde hij tekenen van J. J. G. van Wicheren en schilderen van C. B. Buys. In 1840 was hij werkzaam in Amsterdam, leerling van J. A. Kruseman en de Rijksakademie te Amsterdam. Van 1845 tot 1847 was hij werkzaam in Parijs en tekende daar 's avonds op de Ecole des Beaux-Arts en studeerde in het Louvre. In 1847 keerde hij terug naar Amsterdam en maakte tussen 1850 en 1853 reizen naar Dusseldorf en Parijs. Na nog een paar jaar naar verschillende steden te hebben gereisd vestigde Israels zich in 1871 in Den Haag.
Aanvankelijk schilderde Israels historiestukken, na 1854 voornamelijk taferelen uit het vissersleven, maar ook landschappen, figuurstukken en portretten. Ook was hij etser en lithograaf. Hij signeerde zijn werk meestal met Jozef Israels.
(bron: P. A. Scheen)
(Amsterdam 1853 - 1933 Den Haag)
De Nederlandse kunstenaar Jan Hoynck van Papendrecht werd in september 1858 geboren in Amsterdam. Hij kreeg zijn schildersopleiding in Antwerpen en München.
Hoynck werkte vooral als illustrator. Hij maakte onder meer illustraties voor het familietijdschrift Eigen Haard, Eleviers Maandschrift, De Graphie en The Daily Graphic. Hij kreeg vooral bekendheid door zijn militaire scènes. Ook boeken als "Onze schuttersvendels en schutterijen van vroeger en later tijd" (1908) werden door hem van illustraties voorzien.
De stijl van Jan Hoynck van Papendrecht toont verwantschap met de Haagse School-kunstenaar George Hendrik Breitner. Net als Breitner schilderde Hoynck graag militairen te paard. Ook werkte hij veel geschiedkundige krijgstaferelen uit. Een voorbeeld hiervan is het drieluik dat aan de Amsterdamse schutterij is gewijd: Hierop is de deelname afgebeeld van de schutterij aan het beleg van Naarden (1814), de Tiendaagse Veldtocht (1831) en het laatste uittrekken aan het begin van de 20e eeuw, voordat de schutterij werd opgeheven. Jan Hoynck van Papendrecht overleed in 1933 in Den Haag.
(Wirdum Fr. 1885 - 1961 Den Haag)
Op twaalfjarige leeftijd wees geworden, werd Piet van der Hem opgenomen in het gezin van een oom en tante te Leeuwarden. In 1902 ging Van der Hem naar Amsterdam om daar aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid te studeren. Drie jaar later behaalde hij er de akte m.o. tekenen. Nog tijdens deze studie volgde hij avondlessen bij A. Allebé, directeur van de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Van 1905 tot 1907 deed hij de dagopleiding aan de Rijksacademie, waar hij onder meer les kreeg van de schilder N. van der Waay en de graficus P. Dupont. In september 1907 vertrok Van der Hem naar Parijs. Een koninklijke subsidie stelde hem in de gelegenheid om daar tot de zomer van 1908 in een atelier op Montmartre te werken. Hij maakte een groot aantal tekeningen en schilderijen van het straat- en uitgaansleven in de Franse hoofdstad, waarin de overeenkomsten met het werk van kunstenaars als H. Toulouse-Lautrec en Th.A. Steinlen onmiskenbaar zijn. Ook Van der Hem werd namelijk gefascineerd door de glamour van het Parijse nachtleven. Niet alleen de thematiek, ook de stijl van zijn werk uit deze periode herinnert direct aan de Franse kunst van het fin de siècle. Na zijn terugkeer in Amsterdam in 1908 was Van der Hem veel in de volksbuurten te vinden om er het straatleven in beeld te brengen. In het voorjaar van 1909 kon hij zijn werk presenteren op de tentoonstelling van de schildersvereniging 'Sint Lucas' in het Stedelijk Museum. Dit debuut op een expositie die door een groot publiek als een graadmeter voor de ontwikkeling van de moderne kunst werd gezien, was voor zijn beginnende kunstenaarsloopbaan van grote betekenis. In de jaren 1909-1914 gold Van der Hem, samen met jonge schilders als Piet Mondriaan, Jan Sluyters en Leo Gestel, als vertegenwoordiger van het Amsterdamse luminisme, de stroming die, uitgaande van het Franse impressionisme, vernieuwingen in de Nederlandse kunst bracht. Publiek en pers hadden veel aandacht voor zijn werk en ontvingen het overwegend met enthousiasme en bewondering. Het was echter vooral de inhoud, de voor die tijd ongewone en gedurfde onderwerpkeuze, die Van der Hem deze plaats te midden van de vernieuwingsgezinden bezorgde, want wat zijn manier van schilderen en tekenen betreft, was hij in feite geen echte modernist. Daarvoor bleven zijn vormen en kleuren altijd te veel aan de realiteit gebonden. In de jaren voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog maakte Van der Hem verschillende reizen. Hij bezocht Rome en Parijs in 1910/1911, Moskou en Sint Petersburg in 1912 en Madrid in 1914. In zijn in het buitenland tot stand gekomen werk wist hij steeds een treffende karakteristiek te geven van de couleur locale, met nadruk op het kleurrijke en het anekdotische. Na het succes van de eerste jaren verslapte de aandacht voor het werk van Van der Hem. Door de snelle ontwikkelingen in de Nederlandse kunst kon hij niet langer tot de avant-gardisten worden gerekend. Voor Van der Hem moet het in deze tumultueuze tijd niet gemakkelijk zijn geweest zijn positie te bepalen. Allengs verschoof zijn aandacht van het schilderen en tekenen van luchthartige, elegante scènes naar een krachtige figuurschildering. Zo kregen zijn te Katwijk in 1913 en te Volendam in 1917/1918 vervaardigde stukken een ernstig, soms haast somber karakter. In 1918 vestigde Van der Hem zich definitief in Den Haag. Vanaf dat moment legde hij zich vooral toe op de portretkunst. Daarmee kwam er een einde aan zijn vrije werk, want voortaan schilderde hij - afgezien van enkele taferelen gewijd aan zijn hobby, de jacht - nog vrijwel uitsluitend in opdracht. Dit besluit zal waarschijnlijk zijn ingegeven door een gebrek aan motivatie. Van der Hem was namelijk geen kunstenaar die in isolement kon werken, zonder de respons en waardering van een publiek. Door zich in het schilderen van portretten te specialiseren, wist hij zich daarvan opnieuw verzekerd. Daarnaast zal zijn eeuwige angst voor geldnood hierbij tevens een rol hebben gespeeld. Van der Hems grote vaktechnische bekwaamheid en het belang dat hij ook zelf aan een goede gelijkenis hechtte, maakten hem tot een zeer succesvol society-portrettist, hoewel zijn werk zelden uitblonk door psychologische diepgang. In de loop der jaren werden vele prominenten door hem afgebeeld, onder wie de danseres Mata Hari, minister M.W.F. Treub, de actrice Fie Carelsen en admiraal C.E.L. Helfrich. Naam maakte hij met regeringsopdrachten als het groepsportret van het Ministerie Cort van der Linden uit 1922, het statieportret van De koninklijke familie uit 1925/1926 en de Huwelijksinzegening van prinses Juliana en prins Bernhard uit 1937. Van der Hem had zich intussen reeds geregeld op het terrein van de toegepaste grafiek begeven. Sinds het begin van zijn carrière deed hij - als nevenactiviteit - illustratiewerk voor kranten, tijdschriften en boeken. Verder ontwierp hij een groot aantal affiches. Vanaf 1914 tekende Van der Hem ook politieke prenten. Zijn vermogen om snelle en rake typeringen te geven, maakte hem in dit genre zeer geliefd. Werk van zijn hand verscheen onder meer in De Nieuwe Amsterdammer (1914-1920), de Haagsche Post (1920-1935) en de Haagsche Courant (1935-1941). Toen de Duitse censuur in 1941 de Nederlandse pers geheel beheerste, staakte Van der Hem zijn activiteiten als politiek tekenaar. Na de oorlog ging hij hier niet mee verder, en tot zijn overlijden in 1961 concentreerde hij zijn aandacht volledig op het portretschilderen.
(bron: Instituut Nederlandse Geschiedenis)
(Dordrecht 1756 - 1815)
Net als broer Abraham leerde Jacob het schildersvak van zijn vader Leendert van Strij (1728-1798). Vanaf 1774 studeerde hij twee jaar aan de academie in Antwerpen. Bij de Antwerpse historieschilder Andreas Lens (1739-1822) vervolgde hij zijn opleiding. In 1781 keerde Jacob terug naar Dordrecht.
Van Strij was een uitmuntende landschapsschilder in de geest van Aelbert Cuyp. Hij imiteerde Cuyps gladde verfstreek en kleurenpalet en wedijverde met hem in de compositie van het landschap. Soms kopieerde Van Strij Cuyps schilderijen letterlijk, meestal nam hij alleen bepaalde motieven over. Hem werd wel verweten een slaafse imitator of zelfs vervalser van Cuyp te zijn. Van Strij schilderde ook behangsels, af en toe samen met zijn broer Abraham.
(bron: Dordrechts Museum)
(Amsterdam 1829 - 1900)
Jan Jacob Schenkel woonde en werkte in Amsterdam. Hij kreeg les van de historie- en figuurschilders Valentijn Bing en Jan Braet von Uberfeldt, maar volgde zijn leermeesters niet in hun specialisatie: zijn oeuvre bestaat voornamelijk uit kerkinterieurs. Ook schilderde hij stadsgezichten. In de periode 1851-1899 exposeerde Schenkel zijn werk regelmatig, bijvoorbeeld op de jaarlijkse Tentoonstelling van Levende Meesters die onder andere in Rotterdam, Den Haag en Amsterdam werd gehouden. Werk van hem is te vinden in het Stedelijk Museum in Alkmaar, het Gemeentearchief in Haarlem en het Zeeuw Museum in Middelburg.
(Den Haag 1831 - 1910 Driebergen)
Mari ten Kate was een leerling van zijn broer H. F. C. ten Kate, de academie van Beeldende Kunsten in Den Haag en van de Haagse Houtgraveerschool. Toen hij 19 jaar oud was vertrok hij naar Amsterdam waar hij in 1852 lid werd van de Koninklijke Academie te Amsterdam. Vervolgens vertrok hij voor een landschapstudie naar Oosterbeek en Elst, daarna naar Marken en later naar Parijs. Van 1871-1905 was ten Kate werkzaam in Den Haag, daarna in Driebergen.
Mari ten Kate schilderde in- en exterieuren met figuren, meestal kleine kinderen, en jachttaferelen.
(Den Haag 1817 - 1897)
Kleijn was een leerling van A. Schelfhout en schilderde bij voorkeur wintergezichten. Ook heeft hij gelithografeerd.
(bron: P. A. Scheen)
(Dordrecht 1753 - 1826)
Abraham kreeg zijn eerste tekenlessen van z’n vader, Leendert van Strij (1728-1798). Van Strij senior had een schilderswinkel, wat inhield dat hij huizen schilderde, maar ook behangsels en panelen decoreerde. Later kreeg Abraham les van Joris Ponse (1723-1783), maker van decoratieve stukken en stillevens. Waarschijnlijk volgde daarna een korte studie aan de Antwerpse academie. In 1774 hielp Abraham het Dordtse Tekengenootschap Pictura oprichten, waarvoor hij zich zou blijven inzetten.
Abraham van Strij was veelzijdiger dan zijn broer Jacob, die ook schilder was. Hij begon met schilderingen op behangsels en interieurpanelen. Na 1780 maakte hij regelmatig portretten en landschappen. Bekender zijn de interieurscènes, waarvoor hij zich liet inspireren door zeventiende-eeuwse meesters zoals Pieter de Hooch (1629-1684). Van Strij had veel leerlingen, onder wie zijn zoon Abraham (1790-1840).
(bron: Dordrechts Museum)
Den Haag (1845 - 1923)
Hendrik Matheus Horrix was leerling van Ph. Sadee en van de akademie voor beeldende kunsten in Den Haag. Hoewel hij zijn opleiding in Den Haag genoot staat hij vooral bekend om zijn genrevoorstellingen uit het Zeeuwse volksleven. De helderheid in de kleuren, perfectie in weergave van de houding van de mensen, hun kleding, en natuurlijke weergave van spelende kinderen is een van de sterke punten van Horrix als aquarelleur. Horrix kwam oorspronkelijk uit een bekende meubelontwerpers familie die zelfs voor de Koninklijke familie werk maakten. Horrix was schilder van ondermeer genrestukken en landschappen. In de collectie van het Haags Gemeentearchief bevinden zich een aantal werken van zijn hand.
(1855-1936)
Nicolaas van der Waay was een Nederlandse aquarellist, (decoratie-)schilder, tekenaar en lithograaf. Hij was werkzaam tussen 1870 en 1936.
Hij ontwierp beeldenaars (portretten) voor munten en postzegels, waaronder die van de nog jonge vorstin Wilhelmina. Ook het ontwerp van het eerste, officiële bankbiljet van 10 gulden (1904-1920) was van zijn hand. Van der Waay is vooral bekend om de allegorische voorstellingen die hij maakte voor de Gouden Koets. Zijn eerste tekenonderricht kreeg hij van L.J.H. Koopman, wiens dochter hij later zou huwen. Zijn oeuvre beslaat genreschilderkunst, landschappen, portretten, historievoorstellingen en stadsgezichten.
Van der Waay studeerde aan de Amsterdamse Rijksacademie voor Beeldende Kunsten. Hij volgde daar onderwijs van 1871 tot 1875. Hij dong als enige mee naar de Prix de Rome in 1883, maar vanwege het gebrek aan competitie werd hem deze prijs niet toegekend. August Allebé bezorgde hem echter een ministeriële subsidie van Nlg 1000,- voor een studiereis door Italië. Hij was ruim 30 jaar als docent aan de Rijksacademie verbonden en nam er samen met Allebé de schilderklas voor zijn rekening. Sinds 1891 bekleedde hij een professoraat aan genoemde Rijksacademie, als opvolger van Prof. Barend Wijnveld. Deze functie vervulde hij tot zijn pensionering in 1927. Een van zijn bekendste werken is Kerkgang van Burgerweesmeisjes uit. ca. 1895, dat bewaard wordt in het Amsterdams Historisch Museum. Elke zondag gingen de burgerwezen in een lange stoet van het Burgerweeshuis naar de Westerkerk aan de Prinsengracht of naar de Nieuwe Kerk op de Dam. Van der Waay maakte een reeks tekeningen en schilderijen naar bestaande modellen, gekleed in hun typische rood-zwarte kleding. Aan het einde van de negentiende eeuw raakte hij sterk onder invloed van zijn collegaschilder Isaac Israëls en werd zijn schildertoets losser en zijn stijl impressionistischer. Ook zijn scala van onderwerpen sluit nauw aan bij dat van Israëls. Evenals Israëls was Van der Waay een meester in het vastleggen van stadsbeelden en mondaine voorstellingen, vaak met vrouwen in de hoofdrol. Verschillende musea in Nederland bezitten werk van Van der Waay, onder andere het Rijksmuseum te Amsterdam en Museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam.
1851 - 1904
Na aanvankelijk een periode als ambtenaar bij de Spoorwegen gewerkt te hebben werd Theophile de Bock leerling van de landschapschilderschilder J.W. van Borselen en daarna van de beroemde Haagse Scholer J.H. Weissenbruch. Hij schilderde bij voorkeur bosgezichten en boomrijke landschappen. Vooral de natuur van de Veluwezoom rond Oosterbeek en Renkum trok hem aan. Hij was een groot bewonderaar van de schilders van de Franse Barbizon School, met name van Camille Corot, en bracht de periode 1878-1880 in Barbizon door. De invloed daarvan is in veel van zijn schilderijen duidelijk terug te vinden. Alle belangrijke Nederlandse musea bezitten werk van zijn hand.
(bron: o.a.:Elseviers Maandschriift, 1893 Deel I, januari - juni)
1855 - 1913
Leerling van zijn vader J.F. Hulk, J.A. Rust en J.C. Vaarberg, en van de Rijksacademie te Amsterdam. Schilderde watergezichten, vossenjacht met honden in Engeland, heeft tevens geëtst en gelithografeerd. Tentoonstellingen te Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Musea: Teylers Stichting Haarlem en Gemeente Kampen.
(bron: P.A. Scheen)
geb. 1962
Peter Engelen studeerde van 1985 t/m 1988 aan de Faculteit van Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Utrecht. Om pas daarna voor de beeldende kunst te kiezen. Van 1988 t/m 1990 studeerde hij aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht en van 1990 t/m 1991 aan de Hogeschool voor de Kunsten in Tilburg. Hij kreeg onderricht in het Portretboetseren van Christina Nijland en kwam via haar in contact met het werk van Theresia van der Pant (1924). Haar werkwijze is de meest treffende overeenkomst met het werk van Peter Engelen: leren goed te observeren om daarna een eenvoudige weergave te maken enkel vanuit het geheugen. Tot op heden zijn haar beelden een grote inspiratiebron in zijn werk. Peter Engelen is een van de weinigen heden ten dage, die het vakmanschap, naast kennis van de anatomie van het dier, onontbeerlijk in de beeldhouwkunst, nog zo beheerst. Daarin sluit hij aan in de eeuwenoude traditie van de Nederlandse beeldhouwkunst, waarin Theresia van der Pant, Charlotte van Pallandt (1898-1997) en anderen hem voorgingen.
Hilversum 1881 - 1966 Laren (NH)
David Schulman werd op 31 oktober 1881 geboren in Hilversum. Zijn vader Lion Schulman schilderde zelf ook en had in Hilversum en later in Laren een kunsthandel en verkocht daarnaast ook verfmaterialen. David kwam daardoor reeds op jeugdige leeftijd in contact met de in die jaren bekende schilders als hij de bestellingen aan hen ging afleveren onder andere Albert Neuhuys die in de gemaakte tekeningen David als een toekomstig schilder zag. Hij adviseerde Schulman sr. om zijn zoon David te laten schilderen. Schulman bekwaamde zich verder door zelfstudie. In 1898 verhuisde de winkel naar Laren. Zes jaar later in 1904 exposeerde David zijn eerste schilderij op de tentoonstelling van de vereniging "Arti et Amicitiae" te Amsterdam.
David Schulman maakte landschappen met vaak een voorkeur voor besneeuwde landschappen, maar schilderde ook portretten en stillevens. Hij was lid van de verenigingen Arti et Amicitiae, de Gooische Schildersvereniging, St. Lucas, Pulchri Studio te 's-Gravenhage en de Club van Tien.
In 1913 werd in opdracht van Schulman het woonhuis 'Beukenroode' gebouwd door architect Elzinga. Schulman schilderde in impressionistische stijl en vooral succes met zijn door zon beschenen landschappen. Voordat hij de villa 'Beukenroode betrok had hij zijn atelier samen met andere kunstbroeders in het schildersatelier 'De Vlasschuur'.
Schulman exposeerde bij Kleykamp te Den Haag in 1930, bij Van Eyk te Rotterdam en in Eindhoven, Groningen, Leeuwarden etc. Ook in het buitenland onder andere in België, Engeland, Noorwegen, Verenigde Staten, Italië en Agentinië. In 1933 werd er een tentoonstelling van zijn tekeningen in het Stedelijk Museum te Amsterdam gegeven.
Schulman kreeg een groot aantal onderscheidingen; de Willinck van Collenprijs in 1909, een bronzen medaille op de tentoonstelling te Santiago inn 1910, een zilveren medaille op de internationale tentoonstelling te San Francisco in 1915, de gouden medaille van "St. Lucas" ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van deze vereniging in 1930, de "Extra Premie" (geldprijs) op de najaarstentoonstelling van "Arti et Amicitiae in 1936 en de gouden medaille van H.M. de Koningin in 1939. In 1955 werd Schulman benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Verder had hij diverse bestuursfuncties, hij stond bekend als een groot organisatietalent; hij was afgevaardigde van de Nederlandse Tentoonstelling in het Museum van Folkestone in 1925 en voor de Nederlandse Tentoonstelling te Antwerpen in 1938. Hij was lid van de tentoonstellingsjury ter gelegenheid van het 300-jarig bestaan van de Amsterdamse Universiteit, Stedelijk Museum 1932. Ook was hij lid van de Centrale commissie van Advies te 's-Gravenhage en voorzitter van de tentoonstelling "Schilders van Nu" in het Stedelijk Museum te Amsterdam. Tenslotte was hij lid van de Rijksaviescommissie schilderkunst, Rijkscommissie Eregelden, Gooische Commissie voor Sociale Kunstopdrachten 1955-1961.
David Schulman overleed 21 oktober 1966 te Laren.
Amersfoort 1873 - Den Haag 1949
Jan Willem Sluiter werd geboren op 245 mei 1873 in Amersfoort. Hij groeide op als notariszoon in Zwijndrecht aan het Veerplein, en ontwikkelde zich veelzijdig, waarbij hij de grote kunststromingen in zijn tijd gretig absorbeerde en in zijn werk toepaste. Hij had daarbij zowel talent voor de serieuze schilderkunst als ook voor de illustratieve en modieuze kunst als boekversieringen en affiches. Hij was een leerling van de Academie voor Beeldende Kunsten te Rotterdam van 1891 tot 1894 en daarop van de Academie voor Beeldende Kunsten te Den Haag. Hij schilderde, aquarelleerde, tekende en lithografeerde het strand en vissersleven. Verder portretten en figuren, vooral het mondaine leven. Sluiter verwierf grote bekendheid als maker van politieke prenten, affiches en karikaturen.
(Voorburg 1878 - 1955 Den Haag)
Evert Moll werd 15 december 1878 in Voorburg geboren en overleed op 10 mei 1955 in Den Haag. Hij woonde en werkte tussen 1895 tot 1930 in Voorburg, Londen, Parijs, Den Haag, en Rotterdam. Hij vestigde zich vervolgens in Den Haag. Daar kreeg hij raadgevingen van Willen Maris en vormde zich verder zelf. Hij werkte veel in opdracht van kunsthandelaren in de Verenigde Staten en in Canada. Schilderde landschappen, maar vooral rivier, zee- en havengezichten en in zijn laatste jaren ook stillevens. Werk van Evert Moll bevindt zich o.a. in de Rijkscollectie, het Zuiderzeemuseum en het museum Boymans-van Beuningen.
Evert Moll was geen hemelbestormer en geen kunstenaar met een onverzadigbare vernieuwingsdrang. Nieuwe ontwikkelingen gingen schijnbaar onopgemerkt aan hem voorbij. Hij bleef trouw aan zich zelf en aan de beginselen van de Haagse School.
Evert Moll is vooral bekend van zijn ruim duizend havengezichten. Bijster veel is er van deze schilder niet bekend. Wel, dat hij graag en vaak vertoefde in de Rotterdamse haven. Het reilen en zeilen in een haven,de drukte en de traagheid van de kolossale zeeschepen boeiden hem mateloos. Hij hield van de geur van het water, de stookolie en de wind. Evert Moll was meer dan een schilder van havengezichten. Ruim de helft van zijn totale oeuvre bestaat uit landschappen, stadsgezichten en bloemstillevens. Ook als Moll landschappen en stadsgezichten schilderde, kon hij het niet laten om veel water te schilderen. Veel van zijn landschappen zijn geschilderd vanaf of met uitzicht op het water.
Evert Moll, geboren in Voorburg en praktisch zijn hele leven wonend in een wijde cirkel tussen Den Haag en Rotterdam is autodidact. Van jongs af aan is hij bevriend met Albert Roelofs, de zoon van de beroemde Haagse School schilder Willem Roelofs. In huize Roelofs komt hij in aanraking met kunstenaars die rond de eeuwwisseling het kunstklimaat in Nederland bepaalden. Moll kon het zich aanvankelijk veroorloven te schilderen wat hij wilde. Hij leidt dan ook een relatief zorgeloos leven, totdat zijn vader in 1908 failliet wordt verklaard. Dan wordt het flink aanpoten om in zijn levensonderhoud te voorzien.
Dat Moll zijn levenlang trouw bleef aan de principes van de Haagse School, betekent niet dat hij geen ontwikkeling doormaakte. Naarmate hij ouder werd, maakten zijn aanvankelijke sobere kleurgebruik en brede penseelstreken plaats voor rijker en gevarieerder kleuren en een fijnere verftoets. Moll schilderde vooral buiten. Met zijn klapstoel en het papier op schoot zat hij aan de waterkant. Veel van zijn werken zijn van hetzelfde formaat: 19 bij 31 centimeter. Dit is precies het formaat van zijn schilderskist die hij als 'onderzetter" gebruikte. Deze paneeltjes dienden vaak als voorbeeld voor de grotere werken die in zijn atelier ontstonden.
De havengezichten van Moll laten zich lezen als een geschiedenisboek. Zo legt hij aan het begin van de 20e eeuw de maritieme ontwikkeling vast. Hoe de havens uitdijen, de schepen groter worden en de zeilschepen het veldruimen voor motorschepen.
Staat vermeld in de Scheen.
Sint Jans Molenbeek 1878 - 1972 Brussel
Henri Thomas was leerling aan de Academie van Brussel. De Belgische kunstschilder schilderde figuren - voornamelijk vrouwelijke naakten en naaktdanseressen - genretaferlen en marines. Daarnaast maakte hij ook etste en enkele sculpturen. Vrijwel al zijn voorstellingen spelen zich af in het nachtleven.
Antonij (Anton) Mauve werd in 1838 geboren in Zaandam. Op 16-jarige leeftijd ging hij in Haarlem in de leer bij de veeschilder Pieter Frederik van Os en daarna bij de paardenschilder Wouterus Verschuur. Samen met de tien jaar oudere Paul Gabriël ging hij vaak de natuur in om te schilderen. Vanaf zijn twintigste woonde en werkte hij soms in Oosterbeek, waar veel kunstenaars verbleven, maar ook in Den Haag, Scheveningen, Amsterdam, Dordrecht en Drente. In 1871 betrok hij een atelier in Den Haag, waar hij een vooraanstaande rol in het kunstleven zou spelen. Met zijn stemmige, sfeervolle landschappen met vee wordt Mauve gerekend tot de Haagse School.
(bron: Rijksmuseum Amsterdam)
Groningen 1831 - 1915 Den Haag
De Nederlandse schilder, aquarellist en graficus Hendrik Willem Mesdag leefde van 1831 tot 1915. Deze kunstenaar werd vooral bekend om zijn zeegezichten en "zijn" panorama.
Oorspronkelijk werkte Mesdag op het bankierskantoor van zijn vader, maar vanaf 1866 wijdde hij zich geheel aan de schilderkunst.
Hij was leerling van Buys en Egenberger. In de periode 1867 tot 1869 verbleef hij te Brussel. Mesdag zond twee schilderijen in naar de Parijse Salon van 1870 en tot ieders verrassing werd "De branding van de Noordzee" bekroond met een gouden medaille.
In 1869 vestigde hij zich te Den Haag, waar zich nu nog het museum Mesdag bevindt. Mesdag schonk dit museum met werk van zichzelf en collega's, o.m. uit de periode Barbizon, in 1903 aan de staat.
Mesdag werd aanvankelijk in Haagse kunstkringen beschouwd als een goedwillende amateur. Het bestuur van het schilderkundig genootschap Pulchri Studio aarzelde zelfs of hij kon worden ingeschreven. Later was Mesdag een van de oprichters van de Hollandsche Teeken Maatschappij, de aquarellistenkring binnen Pulchri. In 1889 werd hij tot voorzitter gekozen.
Hendrik Mesdag wist als geen ander de Noordzee in Scheveningen vast te leggen in een rijke schakering aan tonen. Zijn beroemdste werk is zijn "Panorama". Het werk biedt de kijker een blik vanaf een duintop in Scheveningen aan het eind van de 19e eeuw. Het schilderij is geschilderd op een doek dat in een cirkel van meer dan twintig meter middellijn, zodat de gehele omgeving van de duintop, de zee, het strand, het vissersplaatsje Scheveningen met op de achtergrond Den Haag duidelijk zichtbaar zijn. De bezoeker staat centraal in het werk, op een nagebouwde duintop.
Aan het Panorama Mesdag werkten o.a. de schilders T.H. de Bock, George Breitner en zijn vrouw Sina Mesdag van Houten mee.
geb. Utrecht 1962
Menno Baars begon pas na zijn geneeskundestudie te schilderen en heeft geen kunstacademie bezocht. Baars geniet al snel landelijke bekendheid door de losse manier waarop hij schildert en natuurlijk dat hij, naast schilder, ook cardioloog is. Door het publiek en in de media wordt hij zowel verguisd als aanbeden. Of zoals hij zelf zegt: ´Je houdt van me, of je vindt het niets.´ De figuren van Baars bevatten een wat onhandige, naïeve kwaliteit. Baars schildert expressief figuurlijk, maar hij jaagt geen realistische mensfiguren na. Vaak is zijn figuratie juist extrovert van karakter.
Eind 2006 kwam het overzicht "Hart Voor Elkaar" uit (Lannoo, Brussel), een boek vol afbeeldingen van zijn schilderijen en gedichten van de onlangs overleden Dichter des Vaderlands, Driek van Wissen. In 2007 neemt Menno Baars deel aan verschillende gerespecteerde Amerikaanse kunstbeurzen en heeft hij exposities in o.a. Monaco en Dubai. Op het Peter Stuijvesant Bal in New York schildert hij live voor de Koninklijke Familie. Beroemde celebrities, waaronder bijvoorbeeld MichaeI Jackson, hebben werk van Baars aangekocht. In Nederland zijn originele Baarsen in het bezit van onder meer Joop Braakhekke en makelaar Cor van Zadelhoff. In 2008 beschildert hij in opdracht van de Schiphol Group een passagiersvliegtuig door vanuit een helicopter verf te gooien. In 2009 heeft Menno Baars, als eerste kunstenaar ooit, een zeil van een zeilboot “al zeilend” op zee beschilderd. Dat deed hij al hangend in de mast van het Team Delta LLoyd racejacht in de Volvo Ocean Race 2009/2010 op open zee nabij Stockholm. In november 2009 deed hij met Rob Scholte, Ans Markus en andere gerespecteerde kunstenaars mee aan de Elephant Parade in Amsterdam. Zijn "BaarsFant" olifantsculptuur werd door Christie's geveild voor het hoogste bedrag van 30.000 euro. In 2010 neemt hij als enige Nederlandse kunstenaar, samen met Corneille, deel aan de Elephant Parade London en beschildert hij in opdracht van Citymarketing Gemeente Lelystad / Bataviastad een immense luchtvaartballon voor bemande vlucht. Menno Baars wordt tijdens zijn live art performances ondersteund door team van ervaren assistenten (Team Menno Baars). Op dit moment werkt hij aan het project "For The Love Of Life", vijf orgaansculpturen voor de MCGroep ziekenhuizen.
Werk van Baars bevindt zich in collecties van ondere andere KPN, ABNAMRO, Microsoft en het JFK Airport New York.
Menno Baars is aangesloten bij de BBK Beroepsvereniging van Beeldend Kunstenaars Amsterdam.
Arnhem 1898 - 1997 Noordwijk
Charlotte van Pallandt behoort tot de belangrijkste Nederlandse beeldhouwers van de 20e eeuw. Geboren in een creatieve adellijke familie, waar kunst als beroep wordt afgewezen, begint zij na haar scheiding in 1923 serieus met lessen, eerst van Arnold Loup in Lausanne en later en belangrijker van Andre Lhote en Charles Malfray in Parijs, een stad die haar gedurende haar leven het liefste blijft. Terug in den Haag, in 1927, ontmoet zij Toon Dupuis, van wie zij het atelier mag gebruiken en Albert Termote, die haar technische adviezen geeft. In 1930 werkt zij aan haar eerste grote beeld, een tors in gips van een 17-jarig meisje. Ook daarna heeft zij nog verschillende prachtige torso's gemaakt.
In de jaren '50 maakt Charlotte de bekende Truus (Trompert) reeks. Behalve de 'grote staande met been vooruit' bestaat deze reeks bronzen uit klein formaat beelden van zo'n 15 cm hoog. De beeldjes hebben zo iets los dat zij wel schetsen lijken. Tegelijkertijd hebben ze een krachtige uitstraling en zijn ze, ondanks de daadwerkelijke grootte, altijd prominent aanwezig.
Portretten zijn heel belangrijk in het oeuvre van van Pallandt. Niet zozeer de detaillering van het gezicht, het portret, speelt hier een rol, maar veel meer het beeld wat de kunstenaar ziet. Zelf zegt ze daarover:' Bij het portret moet je onmiddelijk iets zien dat buiten de gelijkenis omgaat en dat moet je maken'. Van Pallandt heeft prachtige portretten gemaakt van o.a. Carasso, Prinses Juliana, Verwey, Roland Holst, Truus Trompert en natuurlijk Meta Kreeft.
Peter Struycken zegt over van Pallandt;' In de figuurstukken, evenals in de portretten, treft men de voornoemde aspecten aan: de abstrahering van richting en volume en typering door plastiek en lichtval. Volumes en richtingen samengebracht op enkele plans ziet men onderliggend aan de portretten en is manifest in de grote figuurstukken".
"Het gaat om de vorm bij mij,
hoe verkrijg ik een prachtige gespannen vorm om tot een sterke expressie te komen- die enigszins benadert wat ik voel- o.a. door een drie-dimensionale compositie. Volumes hangen met elkaar in een nauw verband.
Een volume moet een continuïteit hebben, en vindt zich ergens ander terug. Volumes moeten op zo min mogelijke plannen worden gebracht. Een plan is niet iets wat plat of rond of hol is. Verschillende punten moeten worden opgezocht en op een plan gebracht. De drie-dimensionale is een kant van 't beeldhouwen, een zeer boeiende en belangrijke kant. Ook moet een beeld zo veel mogelijk licht opvangen- vanuit de verte moet 't niet grijs aandoen."
Charlotte van Pallandt
(Rotterdam 1877 - 1968 Monte Carlo)
Biografie
Van Dongen bracht zijn jeugd in Rotterdam door. Al vroeg werd zijn tekentalent ontdekt, maar geld om hem te laten studeren was er niet. Hij moest vanaf zijn veertiende zelf de kost verdienen.
Hij volgde avondlessen aan de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen (tegenwoordig de Willem de Kooning Academie) van 1892 tot 1897, maar die bevielen hem niet. Hij betrok in Rotterdam een kamer boven het atelier van de schilder Martinus Schilt (Schildt). In 1897 vertrok hij naar Parijs, waar hij in zijn onderhoud voorzag als huisschilder en als illustrator voor satirische tijdschriften. Op 11 juni 1901 trouwde Van Dongen met Juliana Augusta Preitinger, die hij nog kende van de Rotterdamse Academie. Ze kregen één dochter. In 1906 verhuisde het jonge gezin naar de 'Bateau-Lavoir' op rue Ravignan 13, waar het de vriendenkring rond Pablo Picasso en diens toenmalige vriendin Fernande Olivier leerde kennen. In 1921 scheidden Van Dongen en Preitinger. In 1929 werd Van Dongen genaturaliseerd tot Fransman. In 1953 trouwde hij met Marie-Claire Huguen, met wie hij nog één zoon kreeg. Het heeft Van Dongen niet aan maatschappelijke waardering ontbroken: in 1926 werd hem het Franse Légion d'Honneur toegekend en in 1927 de Belgische Kroonorde. In 1929 werden twee van zijn werken opgehangen in het Palais du Luxembourg.
Hij begon zijn werk te exposeren in Parijs, onder andere op de geruchtmakende tentoonstelling van 1905 in de Salon d'Automne met o.a. Henri Matisse. De heldere kleuren waarvan deze groep kunstenaars zich bediende, leverde hen de bijnaam Les Fauves ('Wilde Beesten') op. Van Dongen was ook korte tijd lid van de Duitse expressionistische groep Die Brücke.
Van de Fauves waren Van Dongen zelf, Henri Matisse, André Derain, Maurice de Vlaminck en Albert Marquet de leidende figuren. Kenmerkend voor zijn werk zijn de primitief aandoende vormen en de felle ongemengde kleuren.
Van Dongen staat bekend om zijn vele schilderingen van het vrouwelijk naakt. Voor hem was de vrouw 'het mooiste landschap': de vrouw was zijn 'muze'. Later in zijn loopbaan (na 1918) legde hij zich vooral toe op het schilderen van portretten van de Parijse 'society'. Zijn bekendste model was Brigitte Bardot. Dit ging, zo oordelen de meeste deskundigen, ten koste van het artistieke niveau dat hij in zijn jonge jaren had gehaald.
In februari 2008 werd het doek "Ouled Naïl" voor een recordprijs van 7,5 mln. euro verkocht bij Christie's in Londen.
La Gitane (de zigeunerin) heeft op 1 februari 2010 ruim 8 miljoen euro opgebracht tijdens een veiling bij Christie's in Londen. [1] Les escarpins mauves (de paarse pumps) bracht 2,3 miljoen euro op.
(Alkmaar 1883 - 1960 Oud Loosdrecht)
Dirk Smorenberg geldt als een van de weinige Art Deco schilders van Nederland. Aanvankelijk woonde en werkte hij in Alkmaar en Bergen, verbleef daarna langere tijd in Engeland (1910) en de Verenigde Staten (1911) en woonde in Amsterdam en Almelo (1923). In 1924 vestigde hij zich definitief in Oud-Loosdrecht, aan de Horndijk. Zijn meest succesvolle periode ligt ongeveer tussen 1910 en 1925. In uiteenlopende stijlen schilderde hij figuren, bloemen en vooral decoratieve landschappen en waterlelies, waarvoor hij inspiratie opdeed in het waterrijke Noord-Hollandse landschap. Smorenberg was een onafhankelijk en origineel schilder. Bij een aantal van zijn werken ontwierp en vervaardigde hij een bijpassende lijst.
(Nieuwer Amster 1890 - ?)
Woonde en werkte in Laren (NH) tot 1918 en Amsterdam tot 1931. Daarna vertrok hij naar Davos (Zwitserland). Was leerling van de Rijksacademie in Amsterdam en lid van Arti en Amicitiae aldaar. Tekende en schilderde landschappen en figuren. Vooral bekend van zijn elegante dames in mondaine settings. Zijn werk is verwant aan Willy Sluiter, maar vooral aan dat van Piet van der Hem.
geb. Naarden 1933
Van Zanten volgde vanaf zijn vijftiende een opleiding aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam, waar hij les had van onder anderen Piet Esser. Een van zijn klasgenoten was Jan Wolkers. Hij kreeg in 1953 een beurs voor een vervolgstudie aan de Ecole Nationale d'Architecture et des Arts Décoratifs (Hogere School voor Beeldende Kunsten) in Brussel. In 1955 deed Van Zanten mee aan de derde editie van de internationale beeldententoonstelling in Park Sonsbeek, met zijn beeld Dame in Stoel. Hij won dat jaar de Prix de Rome, waardoor hij in staat werd gesteld twee jaren in Rome te werken. Terug in Nederland woonde hij in eerste instantie in Amsterdam en vanaf 1961 in Naarden. Hij ontving in 1963 de Cultuurprijs van de gemeente Hilversum voor zijn beeld van Europa en de stier. Naast zijn werk als beeldhouwer, was Van Zanten 1971-1988 parttime docent aan Academie Minerva in de stad Groningen.
Naar aanleiding van het Wereldkampioenschap voetbal 1974 in Duitsland kreeg Van Zanten van de gemeente Amsterdam de opdracht voor een kunstwerk. Het beeld verbeeldt het moment dat Berti Vogts Johan Cruijff onderuit haalt in de finalewedstrijd. Het beeld werd kort voor het WK 1978 geplaatst bij het Olympisch Stadion.
Van Zanten maakte vooral figuratieve bronzen beelden. De laatste jaren is het grote werk hem te zwaar en houdt hij zich voornamelijk bezig met (portret)tekenen. Ter gelegenheid van Van Zantens 75e verjaardag in 2008 kwam een boek uit, waarvan het eerste exemplaar aan hem werd aangeboden door Peter Rehwinkel, burgemeester van Naarden.
Darmstadt 1871 - 1946 Berlijn
Alfred Herman Helberger werd in 1871 in Darmstadt geboren en na een studie in o.a. Frankfurt en Karlsruhe waar hij leerling van o.a. Schonleber was, streek hij neer in het kunstzinnige Berlijn.Na een reis naar Parijs in 1905 raakte hij sterk onder de invloed van de Franse Post-Impressionisten. Later zou zijn stijl eerder aan het Fauvisme verwant raken. In de EErste Wereldoorlog werd Helberger als oorlogsschilder aangesteld en toegevoegd aan het esquadron van Von Richthoven (De Rode Baron)
In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog behoorde Helberger tot de belanrijkste kunstenaars van Berlijn tot zijn kunst in 1937 als Entartete Kunst door het Nazieregime verboden werd. Veel van zijn kunst is in de oorlog vernietigd. Hetzij tengevolge van moedwillige vernieling door de Nazies alswel door de verschrikkingen van de bombardementen op Berlijn.
In 1945 werd zijn Joodse vrouw opgepakt en vermoord. Helberger kon met dit verdriet niet leven en benam zichzelf in 1946 het leven.
geb. 1948
Den Haag 1867 - 1932 Amsterdam
Den Haag 1906 - 1995 Arnhem
Dordrecht 1890 - 1958 Laren NH
(Voorburg 1843 - 1896)
1949
(bron: kunstenaar)
Driebergen 1948